vrijdag 15 november 2013

Geschenkbierglazen in café Koekenbier 60er en 70er jaren



Geschenkbierglazen café Koekenbier



Café Koekenbier aan de Govert Flinckstraat was vanaf begin 60er een reuzenzaak! Elke dag in de avond stonden aan de toog stamgasten in zes rijen. Toen ik na café Mulder een jaar gefrequenteerd te hebben in 1965 de sprong naar Koekenbier waagde was een pint nog 50 cent, daarna bleef de prijs jarenlang op 60. Bedenk dat dit oude guldens zijn!
Het interieur was als van een slager, gelige siertegels maar met een lambrizering van een meter. Wie dit bedacht heeft weet ik niet maar er waren horecagelegenheden die er appetijtelijker uitzagen. Geen zorg, het pils was voortreffelijk en dat is de hoofdzaak. Men fluisterde dat in het achterlokaal het bier twee weken wilde rijpen...
De katholieke eigenaar was een welvarend man die ergens in Vinkeveen woonde maar in de zestiger nog boven de zaak, zijn zoon zat op het St.-Ignatiuscollege. Soms liet deze zich wel zien maar zijn vader hield daar niet van. Ouderwetse en degelijke gestrengheid: men moet rechtop blijven staan (niet hangen als op een elleboog bijv.), op zijn woorden passen en vooral achten een glas niet te breken. Dat zou gemakkelijk kunnen aangezien de toog van siersteentjes was. Later zal men ontdekken dat het goudgele vocht zo diep in het cement trok dat er een broeihaard van bacteriën is ontstaan. Ook de wasbak mocht niet meer van geel koper zijn. Mocht een stelletje wat dicht aanschuiven en kusjes  uitwisselen dat vermaande de eigenaar toch maar vooral een portie leverworst te bestellen...
De toilet was armzalig klein, de pot was op slot. Als je op luide toon de sleutel moest vragen keek ieder op. Een meisje vroeg eens om een rol closet waarop de rol hoog boven het hoofd werd aangereikt. Niet zo fijn.
Maar alles draait om de pints, een goddelijke tijd! Meestal dronk ik er drie en daarvoor stond je bekend. Bij mij bijzonder aangezien ik op de Honda bromfiets een zeiljack aantrok dat bij de minste regendrupjes eruit zag alsof het hoosde. Men was ontzet als ik zo nat binnenkwam. Ik werd dan ook gekrijtstreept als Plastic.
Er lag steevast een Volkskrant in de hoek. Daarin las ik een groot gedeelte van de gepubliceerde encycliek Humanæ Vitæ (juli 1968). Zelf hield ik mij niet aan deze ouderwetse richtlijnen, alhoewel ik ook de mateloze gestrengheid door de paters Jezuïeten heb ondervonden, maar koos voor de vrijheid van de toenmalige existentialistische tijd.
Er waren drie vaste kelners. De eerste was slaafs trouw aan zijn baas en werkte altijd perfect. Je moest hem zeker niet tegenspreken. Hij hertrouwde een volksvrouwtje uit De Cuyp. De tweede was wat losser en heeft in later jaren een scherpe draai gemaakt: ging werken bij Fred Looyen. Dat is hem duur te staan gekomen om zijn grote snor door eentje als Ko Gras mooi te worden bespot. De laatste werd alcoholist en zag ik stom toevallig eens in een TV-programma over dit maatschappelijk probleem.
De zaak had tevens een slijtvergunning. In flesjes van diverse maten kon je genever of vieux mee naar huis nemen. In de avond werd heel wat verkocht! Ze werden gevuld d.m.v. een koperen trechtertje dat ooit helaas ontvreemd is.
De sherry werd absurderwijs geschonken in een borrelglaasje. Wijn werd zelden verkocht. Bij Oosterling gaat wel heel wat meer over de toonbank!
Als snacks waren er een portie kaas en een portie leverworst. Vaak nam ik als afzakkertje een glaasje tomatensap.
Muziek was er gelukkig niet, de radio, op een amateuristisch gemonteerd plankje, stond wel eens op het nieuws.
Publiek van voornamelijk jongeren. Een hoofdleraar guitar Amsterdams conservatorium was ouder en rookte ook constant de Oude Van Nelle. Ik zag hem eind 70er nog strompelen in Buitenveldert maar hij was goed ziek. Musici van het Nederlands Blazers Ensemble met een schitterende vriendin. Edward en Anton, Louis en Rudy. Een heesstemmige zeeman die ging emigreren. Deze was het die beweerde dat de rampen met 200.000-olietonners te wijten zijn aan incompetentie. Als ook Sjors van Mulder voor de afwisseling.

Tegen het eind van het jaar kregen de vaste gasten een geschenkje. Dat waren de hier gepubliceerde bierglazen (geen pints!) in schier verschillende grootte en een kammetje in lederen schede. Ik heb ze zorgvuldig bewaard.



Geschenkbierglazen café Koekenbier

Geschenkbierglazen café Koekenbier

Geschenkbierglazen café Koekenbier

Andere Amsterdams vermaarde zaken met pints waren aanvankelijk Mulder, Het Sterretje en Hesp. Geleidelijk zullen deze glazen verdwijnen om bedrijfseconomische reden.


Eerder essay van 17-1-2010




























2 opmerkingen:

  1. http://josh-uil.blogspot.nl/2013/11/cafe-koekenbier-is-voorgoed-weg.html

    Eerder artikel over Koekenbier.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Op 14 november 2008 vernam in de zaak dat de ouwe Koekenbier reeds 94 is geworden, ook zijn vrouw leeft nog.

    BeantwoordenVerwijderen

Schrijf en blijf: