dinsdag 19 november 2013

Café Mulder te Amsterdam, Weteringschans 163 - Historische Informatie over de Zaak, de Gouden Tijd 1965-1975 en Illustere Klandizi

Café Mulder

Amsterdam Jacob Olie | Weteringcircuit , 20 juli 1898



Eerder gepubliceerd in Hyves op 28 oktober 2010.

Beheerder Jos - Vrijheid van Mening

Mailto: joshadam@xs4all.nl
 
Beschrijving Café Mulder
Weteringschans 163 te Amsterdam, is een voortzetting op 27 maart 1956 van het al op 27 april 1934 opgerichte café Barend van Randeraat door
Heinrich (Harrie) Johan Mulder (*6-12-1918).
Deze eigenaar heeft 'n oorspronkelijk buurtcafé weten op te werken tot een bont en intensief werkend etablissement met soms wel drie kellners tegelijk: Tom, Johan en Jos [een Joodse man, eigenlijk Johan], later toegevoegd Theo die blijk gaf van ordinairheid en met Kerst 1976 moest weggaan, alwaar in de zestiger van heinde en verre een deftig middenstandspubliek, keurig geklede kantooremployees en praatzuchtige "vrije beroepers" frequenteerden, des zomers alle mogelijke inwandelende toeristen (een wereldzaak prees men), al of niet op een uitgestrekt terras (extra muros), in de zeventiger meer existentialistische jongelingen en daadkrachtige alcoholiste. In de 80er werd het café rommeliger en degeneratief. Echtpaar Mulder liet zich toen des avond een bolglas Whiskey met soda naar boven brengen.
Enkele andere kellners met niet zo 'n lange diensttijd als de vorigen: een dikbuikige vijftiger met origineel costuum + cummerband. Hij was was goedmoedig, zwak van karakter en wellicht wat  chaotisch. Toen hij een klant antwoordde: "Doen we!" brulde Harry hem het niet te doen maar af te maken waarmede hij bezig was. Opeens was hij weg, ik informeerde en vernam dat hij een zaak in Purmerend heeft kunnen overnemen. "Als je je verbeteren kan doe je dit toch?", was het antwoord. Een jongeman met een gelaat vol littekens, zijn moeder woonde aan de Lutmastraat. Zeker veel gevochten onder dit rauwe volk. Hij bleef maar kort en kwam dus niet uit de verf.

Op hoogtijdagen een accordeonist met zang van het vooroorlogse levenslied uit het publiek.
Opmerkelijk is, hetgeen in de zuidelijke provincies normaal, een mengeling van afkomst, status en beroepen die elkaar niet uit de weg gingen.

De heer Mulder is een man van sterk karakter die personeel en klanten volledig onder bedwang hield, conflict was derhalve hoge zeldzaamheid. 
Imposante gestalte, krachtige kop, sonore stem als uit de Verdi-opera, conservatieve instelling. Beheerste voortreffelijk de conversatie op basis van een grote maatschappelijke kennis.
Ook een man van innerlijke beschaving die kon zwijgen toen ik op 23 januari 1978 vermeldde vriendinnetje Liesbeth Loots, met wie hij graag gesproken heeft, niet meer te kennen die beroepshalve de chirurg Stalman kende bij wie hij onder het mes moest. Harry bood mij aan een pils (als troost).
Alsmede twintig jaren een dodelijke aanrijding buiten zijn schuld, vrijspraak, voor zich hield teneinde willekeurige klanten niet onnodig te bezwaren met onaangename zaken uit het verleden.
Een man van humaniteit die een voor de deur geparkeerde reisbus met ouderen of invaliden wachtend op de bezichtiging van een optocht, wellicht het voormalige Bloemencorso, tracteerde op een drankje. De kellner moest dan wel hollen.
Tenslotte een zakenman in hart en nieren die op een 's klants vraag over de naburige Boemerang op luide stem beleefd antwoordde: "Daar heb ik geen boodschap aan, meneer!"
Kritiek duldde Mulder niet. Toch heeft Miep Smit (een alcoholiste) hem eens voor Bullebak uitgemaakt.

Is de gouden tijd 1965-1975 geweest, zijn vrouw Agaat Pijpers, geboren 8-11-1917, (huwelijk 20-1-1948), overleden 7-11-1982, stond bij tijd en wijle ook achter de bar, een betrekkelijke neergang volgde met Mulders zwakker wordende gezondheid. Hij stierf eind tachtiger waarna het café wederom een rustige en degelijke buurtgelegenheid geworden is, vanaf 1990 o.l.v. Mulders nichtje mevrouw J. M. Chr. Boeve-Mulder (geb. 1943, gest. eind 2012). Verkocht in december 2012 met volslagen incompetent personeel. Een café moet als een mens vele jaren groeien tot een persoonlijkheid maar ad locum pas ik verder voor.

Historie
Op het adres Vijzelgracht 7 (voorheen geheten Nieuwe Vijzelstraat) hoek Weteringschans 163 was in zijn kinderjaren woonachtig de op 9 juli 1881 te Leeuwarden geboren Richard Hageman van 1885-1888. Deze groeide uit tot een vermaard componist, pianist, dirigent en leraar en was werkzaam te Hollywood, in 1948 in het midden van figuren als Stravinsky en Korngold. Hageman stierf te Hollywood in 1966. De musicus Nico de Villiers heeft deze componist als onderwerp voor zijn doctoraalscriptie aan de Guildhall School of Music and Drama in London.

Richard Hageman (1881-1966)
In de late 70er frequenteerde de componist Louis Andriessen (geb. 1939) café Mulder, steevast met zijn partner gezeten aan een tafeltje.

Sfeer en Interieur
De ingang was een draaideur in een alkoof. Het afdakje binnen was leeg doch een merkwaardige bezoeker (meestal vrijjongens) wist een boomstronk met grillige wortels schoon te schuren en dit als ornament geplaatst te krijgen.

Dan valt direct op de prachtige lambrisering over alle muren, de ruimte een degelijkheid en warmte verschaffend.
De bar war voorzien van een geperforeerde wit metalen plaat. Aangezien de inkt van de viltjes chemisch contact maakt met het metaal werd een smalle strook folie aangebracht. Voor de bar bevond zich een rondhout voor armsteun. De einden waren voorzien van een koperen dop die altijd los zat en dan ook opeens was verdwenen. De spoelbak was van geelkoper, wat later verboden zal worden.
De bierpomp werd gekoeld met ijs dat hiervoor in hapklare brokken moest worden gehakt. Alsdan paste de deksel niet altijd op de pomp.
De kasjes waren voorzien van glas en gaven het café een museale sfeer. De glazen werden gewassen en gedroogd ingezet, totdat een in dit café nooit gepaste kellner jeneverglaasjes met acht tegelijk drijfnat wegborg. Dit doet het oude hout geen goed!
Hierboven werd een strook behang aangebracht van een 19e eeuws design, zware opdruk, dat nog aanwezig is. Losgelaten hoekjes lijmt men simpelerwijs.
De tafeltjes waren met een kleedje, de ronde (lees-)tafel ook.
Er was zo vroeger gebruikelijk een urinoir van een meter hoog kunststeen met ronde vormen en een pot voor heren en dames. Ook dat moet nu gescheiden zijn.
Er was een achteruitgang. Ooit is het gebeurd dat een volgedronken man de zaak werd uitgestuurd en zonder besef van zijn roes achter weer binnenkwam, iets humoristisch wat vaak in herinnering werd geroepen.
De vensterramen konden worden opgetrokken waardoor de zaak een geheel werd met het terras. Dit was voor wat betreft het gedeelte binnen de schotten overdekt. Zomers was het verblijf in de zaak een ongelofelijk genoegen.
De lampen waren ouderwets maar sfeervol.
Een mechanische luidruchtige kassa.

Het horeca-echtpaar woonde boven de zaak. Ik vermoed dat de tweede verdieping leeg stond.

Op de vensterruiten heeft nooit de naam van de zaak gestaan, evenmin op het schild van de Amstel Brouwerij, dat is van later datum.

Snacks
In de winter erwtensoep, het pannetje stond de hele dag te pruttelen op de gasvlam. Gehaktbal, een man maakte de grap dat zo het oude brood verkocht werd. Leverworst en kaas.

Bierglazen
Het café voor pints was dit niet, wel goed gevulde Amstelbierglazen. Voor de dames was er aanvankelijk een bolglaasje bier. De echte pintscafe's waren Het Sterretje (Martelaarsgracht), Hesp (Weesperzijde), Koekenbier (Govert Flinckstraat) en Kallenbach (Willemsstraat).


Personae Illustres:
  1. Een rabiate Conservatief
  2. Een gepredestineerde Alcoholicus
  3. Meneer van Zutphen
  4. Een valse Nicht avant-garde 
  5. Een imaginaire (Huis)Schilder
  6. De Vechtersbaas
  7. Een Joodse Zakenman
  8. Een behoede jonge Jood
  9. Een dubbelganger van Stalin
  10. Een fantasievolle Lesbische
  11. Een volmondige Commissionair
  12. Een rationele Lesbische
  13. Een Joodse Jongejuffrouw met Pet
  14. Een BOC-Medewerker
  15. Drie vrouwelijke Studenten
  16. Twee Oma'sjurken
  17. Brabantse Poffertjes
  18. Een Hondse Man
  19. De Zenuwlijder
  20. Het Caféjuweel
  21. Linkse Babbelaar
  22. Een CPN-ster
  23. Een nachtelijke Tekenaar
  24. Twee discrete Hoertjes
  25. Een Joodse bijna-Acteur
  26. De Kok van de Koude Keuken
  27. Twee absolute Zotten
  28. Een Nouveauté van Antikraker
  29. Een Wakkere
  30. St.-Jacob
  31. Een hartstochtelijk Couperus-Adept
  32. Vier Ervarenen uit de Oorlog- en bezettingstijd 
  33. Kellner Balkanrestaurant
  34. Zonderlinge Stafman
  35. Alleenstaande Wortelman 
  36. Kantoorfunctionaris
  37. Bestuur van een Amsterdamse Club
  38. Een Jurist
  39. Ernstige Nietscheaan
  40. Een Bollandist
  41. De Schopenhaueriaan
  42. De City-pet 
  43. Basviolist 
  44. Hubo 
  45. Hachet 
  46. Vier plattelanders
  47. Een democratisch regisseur
  48. Milieuvervuiling
  49. Communistenmeid
---

Het boegbeeld van dit café was de conservatieve man, geboren 1910, woonachtig 1960-1968 aan de Vijzelgracht en had dus het café binnen handbereik. Zoon van een smid, hij zei garagehouder, wilde hij geen vuile handen maken en verdiende de kost als (elektro-technisch) "mechaniker" met schnabbels doch ik geloof eerder dat hij een erfenis bezat of een uitkering als WAO had. Een geregelde baan had hij dus niet als hij verhaalt over een freelance werkzaamheid voor het opgeheven uit Villingen afkomstige Duitse merk DUAL (hetgeen hij op z'n Engels uitsprak). Maar dit duurde slechts een paar weken aangezien de productie onder de maat was. Werken was hij dus niet gewoon. Als kennismaking verkondigde hij met zware stem in deze gelegenheid te komen sedert de oprichting. Dat was dan even rekenen! Toen heette het café Van Randeraat. Zijn vaste drank was witte bessen, dat gewoon jenever voorstelt. Hij is de enige geweest die deze benaming heeft gebruikt en het was dan ook zijn lijfdrank. In de oorlog werd jij valselijk beschuldigd een clandestiene jeneverstokerij te hebben doch je weet maar nooit.

Duitse vrienden pasten bij zijn Duitse gezindheid. Meermaals heeft hij dezen naar het café gehaald doch een luide Duitse toon was wel iets aparts. Toen een jongere herhaaldelijk verklaarde Europeer te zijn keken wij we op want we dachten echt dat Duits wel in hun bloed zit.
Voor verstrooiing begaf het gezelschap zich naar een buurtcafé aan de Fokkerweg, iets ongezellerigs hadden ze niet kunnen uitkiezen. Ze aten daar en dronken veel. Dat ook hier luid de Duitse taal gesproken werd was de eigenaar geen probleem aangezien hij klanten had wel veel verteerden.
Van 1946 tot in 1947 verbleef hij in Duitsland.

Fel tegen de moderne ontwikkelingen in de maatschappij. Hij haatte de verhalen uit de oorlog- en bezettingstijd welke sedert de televisie-uitzendingen van prof. Lou de Jong de bevolking wakker schudde en wonden deed openrijten. Hiermee was ik voor hem een goede gesprekspartner. De man sprak naïeverwijs nog over "Berlijn" maar dat machtscentrum was er al lang niet meer, spijtigerwijs was onrealistisch van hem. Ook toonde hij openlijk weerstand tegen de emancipatie van homosexuelen met het argument dat zij de baas konden worden. Na de spectaculaire TV-show van Wim Sonneveld becommentarieerde hij dit met: "De homosexualitet straalt van z'n gezicht af!" Doch was het zonder hem niet gezellig, de toon werd door hem aangegeven. Vergeleken met heden ten dage had hij vrij spreken aangezien artikel 137c WvS nog niet bestond.

Overdreven Duitsgezind, zo zou het Duitse merk Bismarckharing de beste zijn.
Maakte gewag van huidcondooms, dunner dan ooit. Ik denk niet dat hij die nodig gehad heeft.

Op oudere leeftijd werd hij blind, wellicht van de alcohol of de diabetes. Hij werd opgenomen in het voormalige Diaconessen ziekenhuis aan de Willemsparkweg. Eenmaal ontslagen kreeg hij van een Protestantse organisatie een woninkje aan het Kattenlaan aan het Vondelpark. Vandaar wist hij met blindenstok feilloos, nou ja, met lijn 1 en overstap lijn 10, het stamcafé te vinden tot ons aller verbazing!

Gehuwd geweest gedurende 6 jaren zonder succes, een zoon. Na diens geboorte ontstond het merkwaardige probleem dat zijn vrouw niet meer benaderbaar is. Dan volgt er altijd een stilte. Ten aanzien van andere vrouwen was hij niet hoffelijk. Liep een vrouw om af te rekenen naar de hoek van de bar dan moest hij altijd mompelen over het kutje op het putje. Voor ons die zijn conversatie gewend waren is dit geen probleem. En als de kraan druppelt moet hij wateren.Van hem dit soort clichés.
Hij is overleden in 1980 (69).

Annex.
Twee maatjes in zijn omgeving.
Een kapper die amateur in de operette was, de Berthé-compilatie van Schubertliederen.
Een forse man met kopstem.
Beiden waren vrijgezellen.

---

Het was een prachtige avond dat een bebaarde man met gouden brilletje mij wenkte. Argwanend als ik ben bleef ik gereserveerd maar hij wist ongelofelijk snel vertrouwen te kweken. Veel heb ik deze gepredestineerde alcoholist gesproken, met hem gegeten maar natuurlijk niet gedronken in de zin van alcoholisme. Hoe hij leefde, dacht en werkte staat in een essay getiteld: Hoe een Alcoholist een Imposant Leven Leidt.

---

Als hij binnenkwam werd hij beleefd gegroet met: "Dag meneer van Zutphen!" De heer Mulder, personeel en klanten, allen stonden als het ware voor hem op. Hij is de zoon van de legendarische Ome Jan. Een boom van een kerel, echter met verrassend hoge stem, zonder baard maar wel brilletje.

Bij winterweer bond hij onder de schoenen ijzertjes met scherpe punten om niet uit de glijden, immers een val is zo gemaakt en bij een groot mens sneller iets gebroken.

Een zeer beleef mens die alle achting verdient.

---

Altijd opmerkelijke verschijning was een sombere, melancholische en flegmatieke man, geboren 1925, met manisch-depressieve trekken die zich later verried als een valse nicht. Hij kon luidruchtig jammeren en werd daarvoor wel weggestuurd maar ook zacht en vriendelijk zijn in de omgang met vele bezoekers.
Hij bezat de opleiding van de Sociale Academie en was werkzaam in het jeugdwerk. Jeugd trok hem aan al is het maar de omgang wegens een zogenaamde geaardheid van pederastie. Ik weet zeker dat hij nooit een misstap begaan heeft, daarvoor was hij te intelligent, toch is er een ander soort man in de jeugdige ambiance. Zijn mijns inziens uniek diplomatieke uitlating was "spaarzaam" te zijn met sexualiteit, wat betekent dat hij geen sexueel leven heeft.
Zijn voornaamste presentatie was zijnde een wegbereider van de homosexuele emancipatie. Wij geloofden hem. Doch ik was argwanend omdat zulk outing als men tegenwoordig zegt ongepast was. Men zweeg of men was latent. Curieus omdat het de eerste homo was die wij in vollen gedaante konden aanschouwen. Doch hierover later meer.
Het was september 1965 dat in Amsterdam Claude Berkely (30) werd vermoord. Deze misdaad is nooit opgelost. Onze notoire homo was hierover danig geschokt en meermaals liet hij zich verbeten de uitspraak ontvallen: "Als je zo bent wordt je vermoord!" Dit klinkt heel bitter en wij vroegen ons af wat hem nou zo een Engelsman kon schelen wetend dat deze hier naar Amsterdam toegekomen is voor in die tijd onzedelijk avontuur. Jaren later werd Ramses Schaffy neergeslagen van wegen zijn Sammy-lied en ook hier was de bedroefdheid manifest.Op 25 maart 1974 zei hij dat "Sammie met gebogen hoofd de dader is".
Nu gaat het hem niet zozeer om het feit als wel de ware geaardheid terneergeslagen willen zijn, dit had hij niet in de hand. Een vals excuus derhalve.

Hij zou in een Duits werkkamp gezeten hebben maar dit houd ik toch echt voor een leugen om sentimenteel  te doen.

Had kennis van de sollicitatieprocedure waarna hij zelf het afleggen van de Rorschachtest weigerde. Als hij nu echt had willen janken was hier bij uitstek de gelegenheid geweest!
Bijgelovig: er lag een gulden munt onder het vloerkleed. Neiging naar de Roomskatholieke Kerk maar praktiserend lijkt me onwaarschijnlijk, wat weet hij immers van theologie?
Als voornoemde conservatieveling na het zien van de lang verwachte TV-Sonneveldshow op luide toon zegt dat "de homofilie van zijn gezicht afstraalt", zwijgt deze man en buigt het hoofd. Bang is hij altijd geweest, doodsbang.

In het jeugdwerk heeft hij heus wel prestatie verricht en hij had hierin, de welvaartstijd verschafte ruime subsidies, een goede baan. Doch wilde hij meer en solliciteerde naar een leidersfunctie in Haarlem die hij des avonds verrichte, dubbele baan dus. Dit heeft hem opgebroken omdat hij nu te maken kreeg met ook een dubbele overlegstructuur dat hij niet meer aan kon. Hij meldde zich ziek, zo vlak na zijn 50e, en heeft nooit meer gewerkt. Een WAO-uitkering krijgen was in die tijd een fluitje van een cent!

Berucht was hij in het café sympathisant te zijn van het Griekse kolonelsregiem. En dat terwijl de  linksgeaarde jongelui rondom hem zaten! Dat gaf mijn vriendinnetje Liesbeth maar een raar gevoel want hoe zou hij zich als bekennend homo in zo een dictatuur moeten gedragen? Een ware contradictio, niemand had echt veel zin met hem in discussie te treden. Zijn betiteling van links tuig werd dan ook mooi genegeerd.

Doch zijn voorstelling van zijn "unieke geaardheid" was suspect. Eenvoudig van wegens de vraag waar zijn vrienden dan wel zijn? Hij was een eenzame man met een klein woninkje in de Weteringbuurt. Spreken deed hij op gedecideerde toon hetgeen louter acteren is. Zijn kennis van de homobeweging moest voorstellen een avant-garde wat te gek voor woorden is. Hij zàt niet in die beweging en wìst niet meer dan er in Vrij Nederland dat in die tijd ijverig deed aan promotie van homo's en lesbiennes geschreven werd. Laat staan dat hij weet had van de Valse en Bedrieglijke Postulaten in de Homosexuele Emancipatie (Essay 1998)!

Waarom dan die flauwekul?

Het is een gelegenheid geweest dat hij sprak met een jongevrouw die aardig gedegenereerd is, zo niet licht geschift. Donker en in een hoek wist hij nu wel zijn vingertjes mooi te gebruiken.
De vrouw dus, waar hij normaliter bang voor is. En de angst voor vrouwen is een psychische afwijking waarover hij nooit gesproken heeft!

Hij stierf te Amsterdam in 1985 (60). 

---

Loodzware stem waarvan de glazen rinkelden. Zoop als een ketter maar bleef altijd overeind. Ten faveure dat hij een fraaie mantel aanhad.
Deze verschijning stelde zich voor als kunstschilder, dus artiest, en sprak daarover met veel woorden. Had een voorliefde voor absurdisme als in de romans van Hubert Lampo.
Plots toverde hij een foto van een schilderij door hem geconcipieerd. Het geleek op het surrealisme als dat van Dalí. Maar er is nooit blijk gegeven van meer.
Totdat wij bemerkten dat hij schilder is in iets anders, dat gewoon schilderen van hout en muren in huizen. Maar ja, dat is toch dubbelzinnig.
Als hij een slok op had werd bij banaal. Ik herinner mij zijn geliefde kreet van: "Lamme soepkip". Wie of wat daar mee bedoeld zijn is nooit duidelijk geworden, misschien een reminiscentie aan Lamme Goedzak, maar grappig klinkt dit wel.
En opeens murmelt hij: "Kunstenaar Gabriel heeft zich verhangen!" We kennen die hele Gabriel niet maar dachten wel, wanneer jij? Als het nog niet erger kan, een jongeman naast hem die na brand alles kwijt is. Zou die kunstschilder ongeluk brengen?

---

Al aangeschoten kwam hij binnen, woord-agressief. Duidelijk een beroeps-alcoholist. Johan bleef beleefd. Dan opeens tegen de kellner: "Je moet eens een wijf zoeken!" Dit was een oorlogsverklaring, Mulder komt beneden want wie aan zijn personeel komt, komt aan hem. Handgemeen, overhemd stuk en politie. De alcoholist kreeg een toegangsverbod. Dit is de enige keer dat ik een heuse vechtpartij (een paar tikken maar) heb gezien. Wel eens een kort armbewegingsspelletje na een schepje water gooien uit de spoelbak, wat een kinderen toch!
Toch was er eens de ruit gebroken aan de Vijzelgracht. Men wilde niet zeggen wat de oorzaak is geweest. In een uurtje wordt die vervangen.

---

Een waardige verschijning was een Joodse zakenman die eerder geleek op Colijn. Deze mocht altijd aanschuiven aan tafel bij Harrie Mulder. Harrie wist diplomatiek om te gaan met zijn klanten, met alle klanten.
Op afstand observeerde onze eerst vermelde conservatieveling dit samenzijn en walgde ervan. Hij moet wel eens een sneer gemaakt hebben, anti-Joods allicht waarop de zakenman met een Van Dalsum-stem reageert: "Ik waarschuw U, ik waarschuw U!" Dit was peremptoir, de aantijger werd bang en bleef van hem af. Maar hij had geen macht daaraan iets te veranderen want ook hij werd geduld. En dat is de caféhouder par excellence: bij een conflictueus voorval de twee doen scheiden en toch beiden te vriend houden!

---

Volslagen uniek was de donkere verschijning van een jonge Jodenman met hoed die hij ophield. Zware stem, luidruchtig.
Gezeten op de barkruk spreidde hij de krant uit over twee naast hem staande krukken. "Dit mag toch niet!", mompelde een verontwaardigde bezoeker eens.
Ook ik sprak hem eens en hoorde hem over Hollanders. Ik vroeg hem of hij wel een Hollander is? "Als je familie al van 1600 in Nederland woont, ben je Hollander", verklaart hij resoluut.
De vele praats zinde ons niet, de conservatieveling had hem op de korrel en wachtte zijn kans af. Toen de schoten werden gelost was het café verlost van de onrust. Wat er gezegd geworden is hoef ik niet te schrijven, ik ben er niet bij geweest maar je kunt wel raaien wat.
De Jodenman heb ik nog wel eens op een tramhalte zien staan doch naar café Mulder is hij nooit meer teruggekomen.

---

Hij zag net Stalin maar was eerder zachtmoedig, woonde in de Indische buurt in een rommelige woning. Werkzaam op een bibliotheek van een faculteit. Alcoholist pur sang. Ik heb zijn vriendin gezien, een chique vrouw met sigarettenhouder. Berucht alcoholist, tot zij er genoeg van had. Zij eiste dat hij een abstinentie van drie maanden moest verrichten maar of hij dat kan opbrengen betwijfel ik. De vrouw liep weg en hij maakte een liefdesgedicht dat ik heb opgeschreven. Hij was fel anti-Duits, dus toch stalinistisch.

---

Volrond, krachtig lichaam, stevige benen en een lieflijke stem. Echter naïef van gelaatsuitdrukking. Al heel snel stelde zich zich voor als lesbo. Een valse lesbo zoals later blijkt. Wij hadden een aardige babbel waarna ze mij een kus gaf.

Ze is psychotherapeute en werkzaam in een groot bedrijf. Weet veel te zeggen van de medische wereld.
Alleen..., hoe kan je van een dergelijke specialiste verwachten dat ze wekelijks naar een buurtkroeg gaat, geregeld zich in een koffieshop laat vollopen met genever om dan plat op haar neus te vallen, ze openhartig over haar praktijk verhaalt en ze dan nog helder op haar werk verschijnt? Hier klopt iets niet.
Argwanend als ik ben ga ik bij haar bedrijf wat thans niet meer kan, informeren. Ik krijg een kort maar krachtig antwoord: "Ons niet bekend!".
Toen wist ik genoeg dat ze een notoire leugenares is maar niet crimmeneel.
Het is met langdurig psychiatrische patiënten het geval dat ze door hun ervaring de medici kunnen manipuleren, gerissen op z'n Duits. Maar ook door de opgedane kennis zich valselijk kunnen voordoen als zijnde zelf professional. Echter is haar gehele voorkomen strijdig met de gebezigde uitlatingen zodat je gevoel twijfelt.

En waar zijn haar vriendinnen? Wel spreken over liefde maar dat kan iedereen. Lees daartoe het volgende.
Ze beminde Sappho. Hoe teder! Echter wordt ook hier vermoed dat ze haar kennis heeft opgestoken uit Vrij Nederland dat zo vaak promotie maakte voor de homosexualiteit. Weet ze dan niet dat Sappho louter een literaire figuur is, door latere schrijvers geïdealiseerd? Hoe deskundig beschreven door Albin Lesky in zijn boek Geschichte der griechischen Literatur (1957/8).
Dan hield ze van Aphrodite. Wat ze zich toch allemaal wijs kunnen laten maken! Ik besloot een Gedicht over Aphrodite dat ik vond in het meerschuim haar te sturen. Ze heeft mij er voor bedankt.

Ze nam mij eens mee naar haar ouders, ik ben altijd leergierig en nieuwsgierig. Daar zie ik twee van de keurigste en netste mensen van de wereld, haar moeder die het vreselijk vindt dat de dochter het zo moeilijk met haarzelf heeft. Ze kunnen het niet veranderen en slechts hopen op beterschap. Lief en naïef was die vrouw haar dochter te vragen: "Als je hem aardig vindt, waarom trouw je dan niet met hem?" Toch zal de moeder overlijden, een knappe vrouw die qua verre afkomst Portugees Joods is.

Een ander maal was ik in haar huis en ontwaarde aan de muur hangend een karwats ("Die doet pijn hoor!") alsmede een vijftal scherpe messen ("Die heb ik zelf geslepen hoor"). Ik huiverde, nam afscheid en heb haar niet meer in Mulder weerzien.

Van een ander hoorde ik dat ze wel meer met jongens spreekt.

Haar moeder overleed in 1980 (68), raar dat haar dochter sprak over 'n Portugese afkomst, ze is echter Fries. Weer zoiets interessant doen. Haar vader ging dood in 1984 (72). Toen was onze vrouw alleen en overleed ze op haar beurt in 1985 op 40-jarige leeftijd en is ze voorgoed uit haar psychisch lijden verlost.

---

Stoer en vlot voorkomen, hij werkt op een commissionairsbureau en frequenteert de beurs. Drinkt pils zeer snel, en zeker 'n aantal, gaat vervolgens vaak naar het naburige Van Wonderen voor meer.

Heeft onze beursman een kapitaal pand aan de Vijzelgracht doch huurde slechts een ruime etage met kwartaalhuur. Dit feit alleen al, zijn beroep en zijn lichtelijk arrogant voorkomen (wel eens academische opleiding met promotie gesuggereerd) zet mensen aan tot afgunst. Daarenboven heeft hij een charmante vrouw die na haar eerste zwangerschap niet meer in het café is teruggekomen. Beiden kregen drie of vier zonen. Het echtpaar emigreerde later naar Curaçao.

De reeds vermelde in Mulder niet-passende kellner (die de jeneverglaasjes gespoeld en drijfnat met acht tegelijk geklemd tussen zijn vingers in de mooie kastjes zette) had meermaals woorden met hem. Is de kellner ongebreideld in het uitspreken van woorden, de beursman kan er ook wat van en weet altijd passend antwoord. Dan is het gebeurd dat hij een zo grote berisping geeft waarna hij drie maanden niet meer zal terugkomen. Na deze periode van afwezigheid is de kellner op het voorgaande wijselijk niet meer teruggekomen.

---

Ze sprak zeer beschaafd met een stem die geleek op die van Annie M.G. Schmidt. Elke toespeling op de vrouw werd met een handgebaar weggewuifd. Ze zou lesbo zijn.
Je kon altijd goed rationeel met haar praten, ze was belezen. Maar als je haar op straat tegenkwam, ze woont immers in de Weteringbuurt, groette ze nauwelijks of niet. Best kans dat ze uit een stijf protestants milieu afkomstig is. Een harer raar recept: in stamppot kikkermeel.

---

Een jongevrouw, slank en charmant, met pet. Altijd alleen, een ware durf in de mannenwereld. Contact was al stroef en spreken nog meer want het is niet bij een keer gebleven dat ze in de kortste tijd sprak over nazi's, te bedenken hoe verachtelijk dit woord werd uitgesproken, kortom er viel gewoon niet met haar te praten. Met niemand. Maar mijn avance was niet onopgemerkt.

Eenmaal was ze in de zaak met haar Joodse moeder. Ik werd vriendelijk geïnviteerd plaats te nemen. Over vele zaken moet ik met die vrouw gesproken hebben totdat zij als conversatieonderwerp Het Stenen Bruidsbed aanvoerde. Van de schrijver dezes moet ik niet veel hebben, mijn mening had ik al jong en is alleen maar gesterkt door latere informatie. Ik zweeg meer dan haar lief was en het gesprek was aldus wel uitgedoofd.
Maar nu begrijp ik waarom zij die nazi's zo vervloekte! De schrijver van het boek deed het zelfde eerst alhoewel zijn papa toch collaboreerde met diezelfde nazi's doch des schrijvers pure visie werd in Nederland zo hogelijk gewaardeerd met vele prijzen. De lezeres is dan ook goed anti-nazi geworden!

---

Hij hield van jazz maar over dit onderwerp weet ik niets en kan dus ook niet erover spreken. Hij was medewerker van het Buitenvelderts Ontmoetings Centrum (BOC), niet veraf van mij, een geheel gesubsidieerde instelling. Lange forse gestalte, schrandere kop. Duidelijk een met goede opleiding, zorgvuldige manier van praten. Kon ook goed met iemand praten, zonder enig machtsvertoon, bluff of aanstellerij als menigeen beschreven in dit café. Ik waardeerde hem zeer maar eens was hij weg.

---

Drie vrouwelijke studenten kwamen binnen en we hadden prompt goed contact. Ze woonden overigens niet veraf. Namen en adressen uitgewisseld. Kort daarop kwamen ze bij mij eten, een tartaarschotel. De student psychologie is later gepromoveerd en heeft een betrekking in de selectie van sollicitanten uit hoger opgeleiden. Elders schreef ik over haar.

---

Opvallende verschijning van jongevrouwen in de ouderwetse lange jurken van oma; een kortstondige mode in Amsterdam geweest. Als twee zulker Mulder binnenlopen hebben ze enigermate bekijks. Ik hield mij op afstand. Op een gegeven moment roept ze mij bij haar en zegt ze, grijnzend en op zachte toon: "He, wil je met mij naar bed?" Zo gaat een nette vrouw natuurlijk niet met mannen om en ik moest dan ook denken dat dit scherts is waarop ik repliceer met: "Dan moet je eerst een sollicitatieformulier invullen!" Ze gierden van het lachen, dus toch humor bedenkelijker soort.
Een paar weken hierna zag ik ze weer, er stonden wel zes andere jonge mensen achter haar. De loljurk richt zich nu tot deze jongeren en zegt: "Als je met hem (wijzend naar mij) naar bed wilt, moet je een formulier invullen!" Hetgeen de bedoeling was, een gebrul van lachen, bleef uit, het werd namelijk ijzig stil. Keurige jonge mensen dus, zij had het mooi verbruid. Beide rotjurken zijn nooit meer terug gekomen.

---

De hele familie kwam na sluitingstijd van hun zaak vaak Mulder instappen voor een ontspannen samenzijn. De jonge kok nog in koksbroek. Ze bezaten de poffertjestent op het Weteringplantsoen, een goed lopende zaak op een druk punt. Meermaals ben ik met ze in gesprek geraakt en dan hadden we het over de katholieke scholen, zij allen en ik. Zo kon ik het recept ontfutselen dat je voor het vervaardigen van beslag eerst stroop met water en gist moet verdunnen om vervolgens het meel/boekweitmengsel erbij te doen.
Vijfentwintig jaren eerder was aan de Vijzelgracht tegenover Mulder, toen nog onbebouwd, ook een poffertjestent. De locatie is dus historisch! Mijn zus en ik werden daar getracteerd op de bolletjes en de godendrank Cassis.
De jonge kok liet een tweepuntig vorkje zien dat gebroken was. Hij liet zijn ontzetting blijken, hoe nu de poffertjes draaien? De moeder was een vlotte babbelaar, ronduit sprak ze over haar Brabantse verleden. Een dochter was doofstom, die werd liefdevol bejegend, allen konden haar gebaren verstaan.
De authentieke tent heeft geen ramen aan de zijkant.

---

Hondenbezitters kunnen machtswellust bezitten. Zitten aan een tafeltje en dan de hond het voetpad laten versperren, hoe kom je daar langs? Ook het personeel blijft op afstand. Eenmaal als de grote ramen open staan klimt de kerel over de vensterbank en geeft 'n jongen een draai. Dus toch een gewelddadig figuur, oliedom en wel voor om op te passen.

---

Als een schat van een man, zo innemend was zijn uitstraling. Al snel raak je dan in gesprek maar kom je faliekant bedrogen uit: het blijkt te zijn een psychotische zenuwlijder. En dan komt zijn verhaal los in Israël te zijn geweest en ervaren te hebben hoe de Joodse bewoners moordlustig zijn met zoals in de jeugdroman Biggles de Mauser los in hun broekzak en houdt niet op. Hij weigerde over Zesdaagse Oorlog te spreken maar zei consequent Juni-oorlog maar deze is niet gebruikelijk. Alles in dat land was  fascisme en termen als fascistoïde en "uitgesproken fascistoïde" (de nuance ontgaat mij!) tot en met het woord gotspe waren aan de orde van het moment. We weten toch dat waar twee vechten er twee schuld hebben? Om misselijk van te worden, een ander verwoordde dit keurig: "Er zo moe van te worden." Juist! Hoe kom je daar vanaf?
Hij at in de zaal van de Amstelkerk waar wel christelijk een soep aan zwervers werd verstrekt.
Een volgend keer nam ik in Mulder plaats naast hem en zei niets, keek niet en bewoog niet anders dan bij de slokken bier. Hij geraakte in ontzetting begon te trillen en te schokken, de grimassen waren volop. Het is de laatste keer dat ik hem gezien heb.

---

Jong, stralend, lang en aristocratische geciviliseerd, haar voornaam was dit niet maar zij gold als Joodse. Bemoeide zich niet met de cafézwammers, had echter wat kennissen aan de ronde tafel, zonder aanpappen en aangappen. Als we haar zagen moesten we even ons adem inhouden. Je kon ook niet met een smoes op haar afstappen. Kortom: het juweel achter glas.

---

Jong en onverdroten sprak hij altijd. Nou ja, dat wil zeggen, hij zal zijn kennis wel gehaald hebben uit weekbladen en de krant. Zijn meisje zweeg. Nu moet het zijn, ik denk hier wel, dat na het verschijnen van de film A Bridge Too Far (1977) er een figurant tegenover de journalist zich over uitgelaten heeft gelukkig te zijn geweest weer een Duits uniform te hebben mogen aantrekken. Zo is er maar een natuurlijk geweest anders valt het natuurlijk op. Staand met luide stem gaf deze linkse jongeman zijn commentaar op dit bizarre feit en wij zwegen.

---

Een niet zo aardig gelaat, onverzorgd en vooral een hinderlijke huilstem met de intonatie altijd gelijk te hebben. Je bent de dupe als je met zo iemand spreekt maar dat is gelukkig zeldzaam geweest. Ze was uit een CPN-milieu of was zelf ook lid. Dan bekent ze van de toenmalige Postbank duizend gulden rood te hebben gemaakt en dit na aanmaningen niet te hebben gekweten. Dan krijgt ze de deurwaarder die ze evenmin betaalt. Vervolgens komt dan de zaak voor de rechter. Echter had ze al slim gezien dat in de dagvaarding een typefout stond en voerde dit bij de rechter aan. Deze moest (noodgedwongen) haar ontslaan van rechtsvervolging. Vol trots is dit verhaal gebracht, de verfoeide kapitalistische organisatie een streek te hebben kunnen leveren!

---

Altijd des nachts tekende hij in een schuurtje, soms nachten achtereen. Eerst toen hij, geb. 1947,  exposeerde zag ik wat hij deed: miljoenen kleine streepjes gevend een patroon (Foto onder). Allicht dat dit tijdrovend is! Ging voor de kunstbeleving naar Kassel en New York. Hij heeft een Chinese vrouw.
Hoe vaak heb ik hem niet gesproken. Die expositie is maar eenmaal waarna de kunstenaar des te meer verlangt naar bekendheid. Ondanks een goed kostuum, beschaafde manieren en contact met Dibbets is het hem niet gelukt en kwam hij op de idee dat ik zijn publiciteitsmanager zou worden... Dit was mij echter een brug te ver en geleidelijk scheidden onze wegen.

---

1. Beiden komen de zaak binnen, hij begeleidt haar naar de barkruk en vertrekt. Dan zit ik naast een charmante vrouw. Ze moet na ik later inzag een discreet hoertje zijn op zoek naar een volgende.
Ik raak met haar in gesprek waarop kellner Johan ons interrumpeert. Haar auto staat ver weg, hoe daar te komen? Vervolgens onderbreekt Johan wederom. Gezellig praten we verder en Johan dringt zich ten derden male op. Ik verwonder me dat ik zulk gedrag van de altijd zo voorkomende man niet gewend ben. Dat krijg ik de idee dat hij mij discreterwijs heeft willen waarschuwen en beschermen. Ik ben hem er nog dankbaar voor.

2. Een jongevrouw van kleine en slanke gestalte, aardig geschminckte ogen, nette kleding. Misschien is ze qua aanblik Joods.
Wij hadden een fijne babbel en ik inviteer haar voor een drink bij Myrabelle op de hoek van de Prinsengracht. Aldaar aangekomen bespeur in onmiddellijk bij de kellner een misprijzen, dom van de man, zaken gaan voor.
Weken hierna spreek ik, of hij is doelbewust op mij afgestapt, een Joodse man met grof uiterlijk en harde stem die onomwonden verklaart dat hij die vrouw bij zich in huis heeft gehad. Ik kijk er zeer van op want die twee zie ik nou echt niet als een paar. Wellicht bluff. Die man zat overigens altijd bij de jongemensen aan de ronde tafel en moet ons gezien hebben, is nijdig van jaloezie geraakt. Hij woonde in de Bijlmer, ook niet gezellig voor ontvangst van een demi-mondaine.

---

Een keurige man die zich voorstelt met zijn familienaam. "Bent U soms familie van die bekende hoorspelacteur?", vroegen wij spontaan.
"Mijn neef", antwoordde hij resoluut.
Wij geloofden er niets van hoor.

Nu we toch wisten dat hij Joods is, oefende hij in het smeuïge toontje van Jiddisch doch echt goed was hij daar niet in. Het was echter goed bedoeld en plezier hadden wij daarom wel.

---

Een amicale Brabander, geboren 1925 te Breda, uit een katholiek gezin, belezen maar zeker niet intellectueel, liberale instelling. .
Graag sprak ik hem en merkte dat hijzelf nooit en te nimmer op iemand afstapt om in een café mee te praten. Wat zit daar nu achter?
Verlegenheid? Ja, hij was wat bleu, soms jongensachtig, zeker geen maatschappelijk volwassen uitstraling. Schaamte voor zijn niet-Amsterdamse spraak? Een verdwaalde eend in de bijt zonder commerciële achtergrond als velen in dit café?

Jarenlang heb ik hem gesproken, altijd met plezier. Hij werkte in de koude keuken van een toentertijd populair restaurant Harkema. Geen hoge positie van waaruit hij ooit zou promoveren. In zijn jeugd geprobeerd als leerling-bankwerker maar hij kon niet op de duizendste millimeter boren. Tomaten snijden is dus wat gemakkelijker. .

Hij stelde zich tevreden met wat hij had: zijn boeken met een schemerlampje.
Bewoonde een kamertje in een groot pand aan de Stadhouderskade (best kans dat hier het vooroorlogse Kolpinghaus voor Wanderaars gevestigd geweest is maar dat moet ik opzoeken) alwaar vele immigranten en daklozen een tijdelijk onderkomentje konden vinden. Een lamp aan het plafond en een bedlampje, dat is alles. Gehorig als je de buren hoort neuken. Je had in elk geval een dak boven je hoofd! Later idem aan de Haarlemmerstraat, dan raakt z'n spoor bijster.

Op zijn werk ontmoette hij een wat oudere vrouw met wie hij naar bed ging. Hierover sprak hij graag, de relatie was "pril" en hij was voorzichtig. Maar over diensttijd sprak hij nooit, wel over sexuele hygiëne. Het volgende laat zien dat dit sexuele avontuur best verzonnen had kunnen zijn.

Na jaren kwam er onverwachts, hij kon zeker niet meer zwijgen, toch een zeer persoonlijk mededeling in zijn jeugd (voor zijn 20e) een misstap begaan te hebben zich in te laten met minderjarige jongens. Duidelijk verzekert hij geen homo te zijn. Hij werd door dezen zelf aangegeven (wie het eerst aangifte doet is geen verdachte meer) en veroordeeld tot (jeugd-)gevangenisstraf. Vandaar zijn verlegenheid voor zijn verleden, zijn gebrek aan ambitie om meer te bereiken. Afschuw had hij wel van de vroegere speelvriendjes, die na hun daden hardnekkig ontkenden homosexueel te zijn en dit openlijk afkeurden. Voor onze man een reden te geloven dat dezelfde bestrijders het zelf zijn, zo zijn woorden. Een aberratieve opvatting, naar mijn mening.
Hij kwam geregeld in Geurt's Bodega (voorheen Alta) van twee homo's doch was dit zeker geen aanlooppunt.

Ik vraag mij nu werkelijk af of het zinvol is ex-gedetineerden te spreken, al is het in een café. Maar ik heb 50 jaren horeca-ervaring en zeker weten mensen gesproken met verleden ook al stelden ze dit niet expliciet. Doch een sexuele afwijking te zien is best schrikken.

Toch was het onmiskenbaar een aardige man, ik zou geen kwaad woord over hem kunnen zeggen. Dit verleden hoeft echt niemand te weten, hij heeft geboet en waarom zoiets iemand nog nadragen? Hij zou deemoedig gezwegen hebben.

Vaak heeft hij gesproken over verhuizen, wellicht op zoek naar een eigen woning. Ook deze bezoeker was na 1972 voorgoed afwezig zonder afscheid genomen te hebben.

---

1. Het ergste was wel een zot die zo klein als hij is een strot heeft als van een wild beest. Kaal, pregnante neus en een waterval aan woorden en zinnen. Vaak alleen in wit overhemd. Vermoedelijk woonde hij in hetzelfde gebouw als hier besproken de Brabander.
Praten met hem heeft geen zin, er komt zoveel raaskal los dat je er geen touw meer aan kunt vastknopen.
Maar de niet gepaste kellner deed het in zijn domheid toch: na veel heen en weer geschreeuw, want de kabouter was onuitputtelijk, hoorden wij hem de beschuldiging uiten van contractbreuk. Nu hadden we het niet meer! Vaak werd dit woord nog gezegd om onmiskenbaar te glimlachen.

2. Maar een andere soortgenoot, ons bekend als kunstenaar maar nooit iets gezien, had een brulbulderstem die begon te brallen en te braken na een slok, zo oorverdovend dat onze conservatieveling (zie boven) met zijn vrienden demonstratief de zaak heeft verlaten. Dit hielp, de man werd de toegang ontzegd na een heus niet zo korte tijd zijn behoefte gedaan te hebben. Ik zag hem nog eens in De Wetering maar hij was hier muisstil.

Van beiden is te vermoeden 'n problematiek van de jongste geschiedenis te hebben overgehouden.

---

Verlegen stelde hij zich voor, als antikraker, iets volkomen nieuws voor mij. Krakers waren er toen al in overvloed maar zijn soort was in de minderheid. Uit veiligheidsoverweging moest hij dit niet aan de grote klok hangen. Met een tijdelijk huurcontract kon hij een lege woning betrekken die vervolgens niet meer gekraakt kon worden door dat groepje.

---

Iemand die niet kon slapen en noodgedwongen boeken leest, zal wel een groot geleerde worden. Maar dat zagen we niet van hem af.

---

Bleke stem, een ziend oog en kleine gestalte. Een zeer nette roomskatholieke man verblijvend in het St.-Jacob. Hij kon over alles wel meepraten maar met kleine zinnetjes. De man moet in de tachtiger al ver in de tachtig geweest zijn, kwam nog jaren lang. Ook in het openbaar vervoer zag ik hem zitten. Heerlijk die vrijheid met een goed pils op de oude dag!

---

Een werkelijk sympathieke jongeman, goedlachs en wat verlegen. Hield van de schrijver Couperus. Nu had ik weliswaar middelbare schoolkennis doch speciaal Couperus gelezen had ik toen nog niet. Toch vond hij het fijn om met mij over literatuur te converseren. Ook kwam hij in André Lacroix aan de Overtoom. Verheugd was hij dat ik afwist van Liddell Hart.

---

Oorlog en Bezetting
1. Een echtpaar was legendarisch. Ze namen na een grote slok afscheid van ieder in de zaak om vervolgens een nieuwe slok te nemen. Dit kon nog wel een paar maal zo doorgaan, we moesten grinniken.
Als je hem sprak dan werd openlijk de oorlog wel genoemd, ook door zijn vrouw. Dit kunnen we ons nauwelijks voorstellen na zoveel anti-Duitse propaganda. Hij vocht mee met de Duitsers in Rusland. Mensen die de verschrikkingen hebben meegemaakt kunnen niet zwijgen want het moet er toch uit. Ik als leergierig mens hoorde hem belangstellend aan maar andere jonge mensen waren van zijn verhalen heus niet gediend. Vijandig werd hij echter niet bejegend, je sprak met hem of je sprak niet met hem, daar maakte hij geen punt van. Hij zat in textile, sprak hij zo uit.

2. Een simpele man die na de bevrijding de grens overstak werd door een jonge agent gearresteerd wegens "illegale grensoverschrijding" en voor een maand vastgezet. Hij gaf wel af op dat groentje maar die deed wel gewoon zijn werk! De meeste Duitsers en collaborateurs snelden richting oost maar zeker niet naar de latere Russische zone. Ook een ervaring om niet te vergeten in het leger van de Duitsers. Dankzij mijn nieuwsgierige vragen moest hij deze zaak wel opdiepen en de eerste maal in zijn leven dat hij daarover sprak bibberde hij over zijn gehele lichaam en trilde met zijn stem. Wat wil je, de Ruslandstrijders werden door prof De Jong aangemoedigd hun gehele leven te worden achtervolgd met haat en verachting. Verachting toonde hij voor Dr. Willem Drees die ooit sympathisant was van de antimilitaristische beweging "Gebroken Geweertje" maar dit geweertje later gelijmd heeft. Zo een formulering had ik nog nooit gehoord! Ten slotte: een vinger miste hij hetgeen hij gewiekst kon camoufleren. Hij had een second love in Bad Bentheim of Rheine, vertrouwde hij mij toe.

3. Een (dè!) bon-vivant was voor de oorlog heus niet zo lief voor democratie geweest, kritiek spuide hij toen al, zeker op Asscher en Cohen van de Joodse Raad en de latere politiek in Nederland. Toch huwde hij na de bevrijding een Joodse vrouw van wie hij zielsveel hield en voor wie de man borg stond. Ik heb zijn dochter wel gezien. De man alhoewel geen kunstenaar werd na introductie lid van Arti aan het Rokin. Zijn vouwfiets parkeerde hij in de gang. Daar voor de deur heb ik hem nog vaak gegroet als ik op de toenmalige spitsbus 49 wachtte.

4. Een jongeman die tekenaar en tekstschrijver is was altijd een aangename gesprekspartner voor 'n onderwerp als de oorlog- en bezettingstijd. Een in de literatuur (als De Jong) bekend familielid had een prominent oorlogsverleden. Mijn Engels leraar aan het Ig. met dezelfde naam werd na 1945 wel geplaagd. Hij woont op bovenverdieping aan de Weteringschans. In plaats van artikelen uit te knippen bewaarde hij de hele krant of het ganse tijdschrift niet eerst na aantekening waar wat te zoeken is, het zal hem een ware papiermassa in huis gegeven hebben! Doch het fijne is dat wij vrij met elkaar konden praten, zeker over de jongste geschiedenis. Overleden 2011.

--- 

Een amicale man, harde stem, was kellner of chef in het Joegoslavisch restaurant met de naam van een paleis in Istanboel. Na diensttijd steevast een slok bij Mulder. Ooit verklapte hij dat in het weekeinde een man op gevorderde leeftijd dineert met een steeds andere jonge bevallige vrouw. Hij moest die wel via een contactbureau kennen, dachten we. Haat Marokkanen en stelt voor hun een koffie te serveren met 90% melk. Maar zoiets doet een zakenman als Mulder natuurlijk niet.
Dan gebeurt het, een Marokkaanse man die er meestal ouder uitziet dan hij is zit aan een tafeltje te staren. Hij heeft een arm in het gips. Onze man wacht zijn kans af, loopt iets naar het tafeltje toe en vraagt brutalerwijs: "Gaat U nog wel werken?" De Marokkaan antwoordt met een heftig hoofdschuddend: "NEEN!" Wij allen schrokken ons dood.

---

De Stafman was gewoon des avonds te schrijden in de Museumbuurt, te buigen naar voorbijgangers en op gedragen toon "Goedenavond" te wensen. Hij boog en zijn staf, een stok van 2.50 meter met een krul, boog mee. Ook bij Mulder wandelt bij binnen, de staf danig buigen om de ingang door te komen, wordt door de lollige aanwezigen luidkeels begroet. Of hij iets drinkt weet ik niet meer, hij is in elk geval geen geregelde bezoeker geweest.

---

Wortelman is een duidelijk alleenstaande onderontwikkelde man met veel praten over niets. Dat kan je een keer aanhoren maar verder niet. Richt de aandacht op zich door een boomwortel vol zijsprieten onder zijn arm mee te brengen, deze voortdurend te aanschouwen. De wortel is wel gewassen, later zal hij hem geverfd hebben. Hij krijgt de kans de wortel te exposeren op het dakje van de ingang, alleen van binnen de zaak uit te zien. Deze heeft daar jarenlang gestaan, voor niemand in de weg.

---

Een keurig geklede kantoorman zei onder zijn pils altijd gezellige uurtjes met zijn collegæ te hebben doorgebracht. Nu was hij alleen en die tijd was voorgoed voorbij.

---

Het bestuur was gewoon te drinken in het café en wellicht ook te vergaderen. Niets is fijner dan overleggen met een slok!
Wij kenden hun gezichten, op de TV en in de media waren zij natuurlijk bekende figuren zo niet VIP's. Met de klanten lieten zij zich niet in, Mulder zat wel bij hen.

Er was een avond dat aan de ronde tafel een del had plaatsgenomen die sterk oogde naar de forse krachtige kerel van het bestuur. Het duurde niet lang op hij stapte op haar af, smoesde en ging niet lang daarna met haar weg. Mulder gromde, zoiets in zijn zaak was ongehoord!
Dan duurde het niet lang of het bestuur mocht wegblijven en zo was café Mulder geen clubcafé meer. Dit is toch een onwaarschijnlijke betiteling daar ik nog nooit supporters van die club gezien heb! Maar het werd gefluisterd, dat het bestuur geld eiste voor de publiciteit. Als dit ooit waar is heeft Mulder dit hardnekkig geweigerd. Daar was hij echt de man naar, autoriteit pur sang.
Voetbal kon dus nog net maar de wielersport vond Mulder vals en onbetrouwbaar.

---

Een jurist met chique dubbele naam, geb. 1935, die gaar was geworden van zijn advocatuur ging werken als vertaler Engels. Boeken of brochures voor het gewone volk. Dan moest hij met zijn intellectuele kennis in volkse begrijpelijkheid schrijven, nota bene als broodschrijver. Eens had hij ook daar genoeg van en gooide de schrijfmachine tegen de muur. Kloeg een jaar geen vriendin meer gehad te hebben: "Dat is ongezond voor een man." Wij zwegen discreet. Gelukkig had hij een klein hondje als verpozing.
 
---

Forse gestalte en een opvallend zware stem. Kwam altijd alleen, welzeker vrijgezel. Zou van beroep vertaler zijn. Als hij sprak, beter bulderde, verkondigde hij steevast dat Nietzsche de grootste filosoof aller tijden is. Dan wacht je op meer maar dat kwam niet. Ik zag hem vaak ik de UB raadplegen de grote Engelse dictionary. Hij was (stok-)doof, vandaar.

---

Een jongeman die kennis heeft van Gerard Bolland is een ware verrassing. Hij sprak er vaak over, ik met mijn kennis riposterend de zijne tegenover. Willem Otterspeer's biografie zal eerst in 1995 verschijnen. Dr. Claarje Wesselink (2014) vindt Bolland maar een antidemocratisch en antisemitisch filosoof alsmede antipapistisch en antimaçonniek.

---

Aangezien ik graag spreek over mijn studie en de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer dikwijls aan de orde stelde werd ik voortaan betiteld al "De Schopenhaueriaan". Het heeft mij best bevallen maar vrouwvijandig ben ik ervan nooit geworden.
Ikzelf heb nooit veel gedronken maar wel pils, onmatigheid ligt me niet. Per slot van rekening moest ik de volgende dag weer naar mijn werk.
Door eigenaar en kellners ben ik altijd voorkomend bejegend. Hierin in de grond gelegen dat ik door zorgvuldig luisteren veel heb opgestoken van klanten, want mijn leergierigheid is altijd groot geweest. Opgedrongen heb ik mij nooit, liever een gereserveerde instelling.
Dat er moeilijke mensen bestaan die hun leven in een café doorbrengen moge U nu wel verstaan!

---

Een ouwelijke man werkte als portier in het bioscooptheater De City aan het Kleine Gartmanplantsoen. Hij bezocht Mulder wel met zijn dienstpet op. Ik gaf blijk de soort films vertoond aldaar te misprijzen, waarna hij mij wel meer dan eens vroeg of ik deze bios al bezocht heb?

---

Als vaste bezoeker was de basviolist (in een orkest) heel rustig; hij stond altijd op de kopse kant van de bar. Dat verschaft overzicht. Hij hield van de sfeervolle Maurice Ravel-muziek. Doch werd hij eens driftig mij te verzekeren dat de blondine die ik bij mij had niet meer dan ordinair was, ik moest dat niet doen en vooral uitkijken mij te verlagen met zulk gezelschap.
Nu was dat meisje niemand minder dan mijn jongste zusje en ik had angst dat ze dit gehoord zou hebben.

---

Toen ik bij Hubo aan de Tweede Kostverlorenkade binnentrad om een gootsteendopkettinkje te kopen zag ik tot mijn verbazing een Mulderklant die mij groette met: "Kennen we elkaar niet?" Verbazing omdat we hem bedachten een aanzienlijk beroep te hebben. Maar wie zet in 'n café niet meer een hanenborst op? Je kan zo een lang verhaal kort maken of een kort verhaal eindeloos lang!

---

Een vrij kleine man, ik denk 1.65, die vaak kwam en ontzettend aardig was. Hij zou werken bij de Parijse Hachet en had ook iets van een Frans accent.

---

Om de paar maanden kwamen op 'n zaterdagavond vier jongemannen  uit de provincie op bezoek. Ze hadden inderdaad een dialect spraakje maar daarvan zeg je uit beleefdheid niets. In de loop der jaren leer je ze echter wel kennen. Een verklaarde opslagtanks te fabriceren of te assembleren op boerenhoven. Toen er een plotselinge sneeuwstorm opstak mocht ik meeliften naar Buitenveldert en namen we op straat afscheid.

---

Zeer beschaafd, prachtig Nederlands maar iets bedeesd. We praatten vaak over de politiek, hachelijk in een café maar als je een verstandhouding kan vinden moet dit toch kunnen. Toen ik mijn bezwaren tegen de democratie liet blijken antwoordde hij dit toch maar het minst slechte politieke systeem te vinden. Dit herhaalde hij later ook.

---

Het fraaie woord milieuvervuiling kenden we nog niet in de 70er! Een slanke man die zich voorstelde als kunstenaar (of hij was gewoon werkloos) gebruikte dit. Op een keer heeft hij met indringende stem uitgelegen hoe ik dit woord moest verstaan en wel door de aanwezigheid van nare mensen... Aha, maar wie was daar dan mee bedoeld? Het was onze valse nicht (#4) die strak voor zich uit keek. De kunstenaar en zijn vrouw hadden zich met hem bevriend en spraken elkaar geregeld. Bij de ontmoeting een zoenpartij waarbij de valse nicht nog rood aanliep ook. Opeens was het uit, misschien kon de kunstenaar diens pathologischee fantasieën niet meer aanhoren. Beiden liepen voortaan langs elkaar heen. 
Dat mag in een goed café: je spreekt elkaar of je zwijgt, alles anders dan conflict moet kunnen.

---

Een communistenmeid met een jankstem. Eens nam ze wraak op het kapitalisme door bij de giro ƒ1000 rood te blijven. Ze kreeg een strafproces maar leep als ze is ontdekte ze een fout in de dagvaarding, waardoor ze werd vrijgesproken. Ze was apetrots op haar overwinning!

XXX




Disclaimer:
De hier verschafte informatie is zakelijke berichtgeving.
Sommige formuleringen zijn vervat in een taalgebruik dat in de beschreven tijdvak usance was, dit om de authenticiteit te waarborgen. Het is geenszins de bedoeling personen en groeperingen onheus te bejegenen met onthullingen en beschrijvingen van hun karakter en gedrag. Wat gebeurd is in deze beschrijving dient een historisch belang.

Café Mulder is een van de beste gelegenheden die ik ooit heb meegemaakt, mogen meemaken. Vandaar mijn document!
 
Omgeving:
Een vaste groep ging na afloop naar café Van Wonderen aan de Weteringschans. Enerzijds was Van Wonderen gegriefd als tweede café gebruikt te worden, anderzijds was klandizie hem lief.
Sommigen als ik begaven ons nog naar De Fles aan de Prinsengracht. Daar was het publiek helemaal alternatief in het donker.

Culinair Dessert
Voor mij was het prettig met de bromfiets te snellen naar de 3 Eetsalons Van Dobben aan de Korte Reguliersdwarsstraat, alwaar ik van de genoten pilsen kon bijkomen. Daar kende je het vaste personeel al jaren. Ook de Halvemaansteeg werd bezocht: de nog bestaande Hamburger snackbar Ron en John met vlees bevattende veel ui, zeer heet gebakken en altijd verbrand, als ook de goedmoedige De Tsjech (liefhebber van Duitse herders) met Originele Goulashsoep (in welke ketel hij een hele liter volle melk goot) met rijst. Je kon die soep ook buiten de zaak nuttigen voor een of twee gulden statiegeld voor de soepkom. Of de andere richting: Al Brown aan de lege en mistroostige Albert Cuypstraat en vlak daarbij een fritestent aan de Gerard Doustraat/Ferdinand Bolstraat met altijd een vrouw.

Pissen
Gelukkig was op het Rembrandtplein een urinoirgelegenheid voor zes personen, later omgebouwd voor twee. Pisbakken waren er aan het Gerard Douplein, eind Albert Cuypstraat, Sarphatiepark., Amstel, misschien Frederiksplein ook. Ook dezen zijn op de Utrechtsestraat na helaas verdwenen.

Creative Commons:






Foto's:

Interieur café Mulder - Dolle Mina's willen aan de bar. 13 IV 1973.

Hier is het ooit zo geprezen terras al gecoupeerd voor een fietspad.

Het lijkt op laagpolig wollen tapijt doch het is potlood op papier.

Tegel Café H.J. Mulder Weteringschans 163 (1962-1963). Deze tegel is gereserveerd geweest als geschenk voor de musicus Nico de Villiers

Café Mulder Interieur - Weteringschans te Amsterdam

Café Mulder Weteringschans te Amsterdam


Zo ik bekend stond eind 60er begin 70er v.e.

Eigenlijk nog 64 jaar maar goed, een dag gesmokkeld.


Bouwtekening 1891


Prent 1876. Het balcon is later verplaatst naar de tweede verdieping


Coll. Jacob Olie 1904. Op deze foto nog de middendeur te zien



Mevrouw Ria Boeve-Mulder (+)
In Memoriam: De laatste Telg Mevrouw Ria Boeve-Mulder. In de 70er heb ik vaak met deze als jonge vrouw uit Oldenzaal gesproken als zij logeerde bij haar oom. In het café nam zij altijd plaats aan de zijkant van de tap. Zij was slank, had een donkere stem en maakte nogal schokkende bewegingen. Kan zijn dat zij zich in mannengezelschap niet zo'n goede houding wist te geven. Toen ik nog wel vaak in Mulder een start maakte met de kroegentocht zag ik haar hapjes klaarmaken, zodat ik haar niet heb kunnen spreken over onze oude en geweldige tijd.


Making the Tailcoats Fit  - Biography Richard Hageman 2015



Bijgewerkt: 7-10-2012, 19-11-2013, 28-3-2014, 19-5-2014, 5-11-2014, 26-5-2014, 12-9-2014, 28-11-2015, 31-7-2016, 1-8-2016 (cons, man, kok en valse nicht, (13-8-2016) valse lesbo, valse nicht, 23-11-2016 Liddell Hart, comm.-meid, Hark., snacks.







13 opmerkingen:

  1. Boudewijn Ietswaart vermorzelt een Communistenjong

    7 aug, 20.13 08:59
    Essay van maandag 29-7-2013


    BeantwoordenVerwijderen
  2. Laatste Muldertelg dood


    29 juli 2013 10:19
    Mevrouw Boeve overleden 15-12-2012.

    Bron: WeteringBuurt 22-12-2012

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Twintig jaar


    1 juni 2013 01:06
    Op 27 maart 1976 bestond het café Mulder 20 jaar. Ik ben die dag niet gegaan.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. In hetzelfde pand zijn begin XXe eeuw diverse ondernemingen geweest.
      Stofzuigerbedrijf Trix, op Vijzelgracht nr. 7, Sigarenwinkel, Modewinkel en Café door Barend Randeraat. Hierna kwam Mulder.

      Verwijderen
  5. Met Liesbeth Quak was ik meermaals in Mulder. Een bizarre ervaring volgde.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Enige foto's uit het Amsterdams Stadsarchief bijgevoegd.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. De hiervoor afgebeelde tegel van huis Mulder heb ik op dinsdag 15 september als geschenk aan Nico de Villiers overhandigd. Hij is welzeker in goede handen.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Als ooit een regisseur een speelfilm of tekstschrijver een script wil maken op basis van mijn essay geldt de Creative Commons niet meer maar wel een zeker auteursrecht van mij.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Making the Tailcoats Fit
    is the first ever biography on the life of pianist/conductor/composer/Oscar-winner Richard Hageman.

    Dutch-born Richard Hageman (1881 - 1966) toured the US at the beginning of the twentieth century as accompanist to the French cabaret singer Yvette Guilbert, performing ‘for cowboys’, as he put it.

    For years, he conducted the Metropolitan Opera in New York, performing with stars like Enrico Caruso and Rachmaninoff. His first and only opera, Caponsacchi, was forbidden by the Nazis. Nominated five times for an Oscar for ‘Best Score’ he received an Oscar as one of the contributing composers to the score of Stagecoach, the classic John Ford western.

    He married three times: his first wife threatened him with a gun, the second left him for an Italian duke, the third stayed with him till his death in Los Angeles.

    The writing duo of South African-born pianist Nico de Villiers and Dutch journalist Asing Walthaus unearthed a wealth of remarkable facts about Hageman from archives and newspapers.

    “I wish I had this book at my disposal ten years earlier when I struggled to put together a portrait. (...) I trust that you will enjoy reading about this urbane, talented, accomplished, dedicated, and complex man as much as I did.” — Dr. Kathryn Kalinak, Professor of English and Film Studies at Rhode Island College.

    After the launch date Making the Tailcoats Fit will be available for order directly from myself or via amazon.co.uk. For those interested in pre-ordering a copy of the book for personal use or for your institution, I shall send an ordering form in due course. Please let me know by responding to the email with the subject line “Pre-order …. copy/copies of Tailcoats”.

    Mail van Nico de Villiers, 4-11-2015.

    BeantwoordenVerwijderen

Schrijf en blijf: